Sense of nature
We zetten vol in op het herstel van de bossen, de heide en de landbouwgebieden tot een veerkrachtig systeem.
ontwikkel-
principes
De volgende principes geven richting aan de ontwikkeling van de sence of nature.
De hoeveelheid groen neemt toe met circa 1 tot 2 hectare.
De toename van gebouwen (footprint) bedraagt slechts 2.000 m2 in plaats ruim 10.000 m2 die volgens het huidige bestemmingsplan mogelijk is.
Dat is een reductie van 80%.
Het bos bestaat uit Historische boslanen (natuurdoeltype L01.07) met daartussen een aaneengesloten Dennen-, eiken- en beukenbos (natuurdoeltype N15.02). De beplanting langs de lanen wordt hersteld. Het beheer van de bosvakken bevordert een structuurrijke, klimaatrobuuste vegetatie die de biodiversiteit bevordert. Dat wordt bereikt door het creëren van kruiden- en struiklagen rond open plekken. Dood hout mag blijven liggen als micro-habitat voor zwammen. De vegetatie wordt klimaatrobuuster door de aanplant van inheemse soorten die de vitaliteit en weerbaarheid van het bos vergroten. De beide heidevelden (natuurdoeltype N07.01) worden behouden. Ook heide heeft baat bij structuurvariatie. Het beheer bevordert de afwisseling van jonge en oude struikheide, brem, jeneverbes, open zand en grazige plekjes. De strakke bosrand wordt verrijkt met een mantel- en zoomvegetatie.
In het hart van het landgoed draait het om herstel van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De verplaatsing en herschikking van gebouwen, wegen en parkeerplaatsen maakt het mogelijk om een fors areaal Dennen-, eiken- en beukenbos aan te planten. De zone tussen de centrale boslaan en de enggronden wordt eveneens omgevormd tot een Dennen-, eiken-, en beukenbos met een zoom van gras- en struikvegetatie. Lokaal worden er poeltjes aangelegd en voedseldragende bomen bijgeplant. Zo’n combinatie van water en een gevarieerde vegetatie heeft een grote aantrekkingskracht op vogels, insecten en ook de das.
Het grootste deel van de enggronden verandert van reguliere landbouw in kruiden- en faunarijk grasland (natuurdoeltype N12.02) en kruiden- en faunarijke akker (natuurdoeltype N12.05). De tuinderij op de Kleine Eng en de wijngaard op de Grote Eng vallen daar niet onder. Toch wordt ook hier het beheer op natuurinclusieve en regeneratieve leest geschoeid: holistische begrazing, een gezonde bodem, natuurlijke processen en het volgen van de natuur, afwisseling in kleinschaligheid en diversiteit van gewassen, geen bestrijdingsmiddelen, geen kunstmest en geen bodemverstoring in de vorm van frezen, ploegen en spitten. Er wordt ook gestudeerd op de mogelijkheden om het regenwater langer op het landgoed vast te houden. Dat kan bijvoorbeeld door de aanleg van poeltjes, het aanbrengen van een dikke watervasthoudende humuslaag en wateropvang in, op of rond gebouwen.
ecologische toetsing
De Bosgroepen hebben het Toekomstplan getoetst en concluderen dat de voorgestelde veranderingen positief bijdragen aan de leefgebieden van flora en fauna en de verbindingen tussen die leefgebieden. Bos en heide worden klimaatrobuuster, de vitaliteit van bodem en vegetatie neemt toe. De toets laat zien dat maatregelen op het gebied van cultuurhistorie, wonen, werken & voorzieningen en natuurinclusieve landbouw, die nodig zijn voor duurzame instandhouding van het landgoed, goed samengaan met het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuur. De ecologische toetsing geeft richting. Voor de latere besluitvorming over het Omgevingsplan is er nog een extra, onafhankelijk onderzoek met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland (NNN) nodig.